Sinds 1 januari 2023 kun je als zzp’er geen oudedagsreserve meer opbouwen. De regeling is afgeschaft. Maar als je vóór 2023 een oudedagsreserve hebt gevormd, is die niet verdwenen: hij staat nog gewoon op je balans, en er rust een belastingschuld op die vroeg of laat betaald moet worden. Dat is precies waar het misgaat. “De FOR is afgeschaft” klinkt als een streep door de regeling, maar voor iedereen met een bestaande reserve is het tegenovergestelde waar: jouw oudedagsreserve blijft bestaan, blijft belast, en jij moet bepalen wat je ermee doet. Er is geen deadline, geen brief van de Belastingdienst en geen automatische afwikkeling. In dit artikel lees je wat de oudedagsreserve precies was, wat er met jouw opgebouwde bedrag gebeurt, op welke momenten de reserve verplicht vrijvalt, en welke drie routes je hebt. Inclusief een rekenvoorbeeld dat laat zien waarom je reserve in één keer omzetten je bijna €1.600 kan kosten — en gespreid omzetten je juist geld oplevert.
Wat was de oudedagsreserve eigenlijk?
De fiscale oudedagsreserve, meestal afgekort tot FOR, was een regeling waarmee je als ondernemer een deel van je winst opzij kon zetten voor later. Je trok dat bedrag af van je winst, waardoor je in dat jaar minder inkomstenbelasting betaalde. Belangrijk om te begrijpen: je zette dat geld niet apart op een rekening. De FOR was een boekhoudkundige reserve op je balans, geen spaarpot. Het geld bleef gewoon in je onderneming zitten — of je gaf het uit. De enige echte werking was dat je de belasting over dat deel van je winst mocht uitstellen. En uitstel is geen afstel. Over het bedrag dat in je oudedagsreserve staat, moet nog steeds inkomstenbelasting worden betaald. Zolang de reserve op je balans staat, staat er in feite een latente belastingschuld tegenover, die afhankelijk van je tarief grofweg tussen de 30% en 45% van het saldo ligt. Dat was ook precies de reden om de regeling af te schaffen. Uit evaluaties bleek dat veel ondernemers de FOR gebruikten als belastinguitstel en niet als pensioenvoorziening. Op het moment dat ze stopten met hun onderneming, was er geen geld om de rekening te betalen.
Wat is er precies afgeschaft, en wat niet?
Dit is de kern, en het onderscheid is belangrijk:
| Situatie: | |
|---|---|
| Wel afgeschaft | Het opbouwen van een oudedagsreserve. Sinds 1 januari 2023 kun je geen bedragen meer toevoegen aan je reserve. |
| Niet afgeschaft | Je bestaande oudedagsreserve. Die blijft op je balans staan en wordt afgewikkeld volgens de oude regels. |
De Belastingdienst is daar helder over: “Sinds 2023 kunt u geen oudedagsreserve meer vormen.” Wie al een reserve had opgebouwd, mag die behouden. De regels over hoe de reserve afneemt, blijven onverkort gelden. Er is dus geen einddatum waarop je gedwongen wordt af te rekenen. Je reserve mag in theorie nog jaren blijven staan. Maar dat betekent niet dat je er niets mee hoeft te doen — het betekent alleen dat niemand je eraan herinnert.
Hoe weet je hoe hoog jouw oudedagsreserve is?
Je vindt het bedrag op drie plekken:
- Op de balans van je onderneming, meestal onder “fiscale reserves” of “oudedagsreserve”
- In je laatste aangifte inkomstenbelasting, bij de vraag over de oudedagsreserve
- In je boekhoudsoftware, als je de balansposten daar netjes hebt bijgehouden
Staat er niets? Dan heb je waarschijnlijk nooit een FOR gevormd, en is dit artikel voor jou vooral achtergrondinformatie. Twijfel je, kijk dan in je aangifte over 2022 — dat was het laatste jaar waarin opbouw mogelijk was.
De vier momenten waarop je oudedagsreserve verplicht vrijvalt
De oudedagsreserve neemt af — en valt dus in je winst — in vier situaties. De eerste is vrijwillig, de andere drie overkomen je.
| Situatie: | Voorwaarde: | Vrijwillig? |
|---|---|---|
| Je koopt een lijfrente | Geen aanvullende voorwaarde | Ja |
| Je staakt je onderneming (geheel of gedeeltelijk) | Alleen als je FOR hoger is dan je ondernemingsvermogen | Nee |
| Je hebt bij het begin van het jaar de AOW-leeftijd bereikt | Alleen als je FOR hoger is dan je ondernemingsvermogen | Nee |
| Je voldoet twee jaar op rij niet aan het urencriterium | In het kalenderjaar én het voorafgaande jaar, en alleen als je FOR hoger is dan je ondernemingsvermogen | Nee |
Die voorwaarde “FOR hoger dan ondernemingsvermogen” is cruciaal en wordt vaak overgeslagen. Heb je een gezond ondernemingsvermogen dat groter is dan je reserve, dan valt er bij het bereiken van de AOW-leeftijd of bij twee magere jaren niets vrij. Is je vermogen in de loop der jaren geslonken — bijvoorbeeld omdat je het geld hebt opgenomen — dan kan de vrijval je in één keer overvallen. Let op dat derde punt. Als je afbouwt richting pensioen, of tijdelijk minder werkt, kun je zonder het te merken twee jaar achter elkaar onder de 1.225 uur zakken. Combineer dat met een uitgehold ondernemingsvermogen, en je krijgt een aanslag over een reserve waar geen geld tegenover staat. Houd je uren daarom bij, ook in rustige jaren — lees in ons artikel over urenregistratie voor zzp’ers hoe je dat waterdicht doet. Bij volledige staking valt de reserve hoe dan ook vrij: je onderneming bestaat niet meer, dus de reserve kan niet blijven staan. Dat komt bovenop je stakingswinst, in één jaar, en duwt je al snel naar het toptarief van 49,50%.
Je drie routes: laten staan, omzetten of afrekenen
Route 1: laten staan
Je doet niets. De reserve blijft op je balans, de belastingschuld blijft bestaan, en je stelt de afrekening uit tot het moment waarop je stopt. Dit is de makkelijkste route en soms de verstandigste — bijvoorbeeld als je nu een hoge winst hebt en straks een lagere, of als je simpelweg het geld niet hebt om een lijfrente te storten. Maar je neemt wel een risico: je weet niet in welk tarief je straks valt, en je hebt geen enkele pensioenopbouw gerealiseerd.
Route 2: omzetten in een lijfrente
Je stort (een deel van) het bedrag op een lijfrenterekening of in een lijfrenteverzekering. De afname van je oudedagsreserve telt dan mee als winst, maar de lijfrentepremie mag je aftrekken. Op papier heffen die twee elkaar grotendeels op — en je hebt je papieren reserve omgezet in een écht pensioenpotje. Hier zit het punt dat vrijwel nergens wordt uitgelegd: deze aftrek staat los van je jaarruimte. De Belastingdienst noemt de oudedagsreserve expliciet als aparte aftrekmogelijkheid, naast jaarruimte en reserveringsruimte. Je mag dus je volledige FOR omzetten én daarnaast je gewone jaarruimte benutten. Je hoeft niet te kiezen. De premie moet wel betaald zijn vóór 1 juli van het volgende kalenderjaar. Zet je in 2026 een deel van je FOR om, dan moet het geld uiterlijk 30 juni 2027 op de lijfrenterekening staan. En besef goed: dit kost echt geld. De FOR is een papieren reserve, de lijfrentepremie is een reële storting. Je moet het bedrag dus daadwerkelijk hebben.
Route 3: afrekenen
Je laat de reserve vrijvallen en betaalt de belasting. Dat gebeurt automatisch bij staking, maar je kunt er ook bewust voor kiezen om in een jaar met een lage winst een deel af te rekenen — al kan dat fiscaal alleen via de omzetting in een lijfrente of via een van de verplichte vrijvalmomenten. Vrijwillig afboeken zonder lijfrente is niet mogelijk.
Rekenvoorbeeld: in één keer omzetten versus gespreid
Dit is waar het interessant wordt, en waar de meeste adviezen te kort door de bocht gaan. “Zet je FOR om in een lijfrente, dan is het fiscaal neutraal” — dat klopt niet. De uitgangssituatie:
- Sandra heeft een oudedagsreserve van €40.000, opgebouwd tot en met 2022.
- Haar winst is €35.000 per jaar. Ze heeft recht op zelfstandigenaftrek (€1.200 in 2026) maar niet meer op startersaftrek.
Variant A: alles in één keer omzetten in 2026
| Zonder omzetting | Met omzetting | |
|---|---|---|
| Winst | € 35.000 | € 75.000 |
| Zelfstandigenaftrek | − € 1.200 | − € 1.200 |
| Mkb-winstvrijstelling (12,7%) | − € 4.293 | − € 9.373 |
| Belastbare winst | € 29.507 | € 64.427 |
| Lijfrentepremie | € 0 | − € 40.000 |
| Inkomen box 1 | € 29.507 | € 24.427 |
Drie effecten tegelijk:
1. Voordeel op de inkomstenbelasting: +€1.816. Je inkomen in box 1 valt €5.080 lager uit. Dat komt doordat de mkb-winstvrijstelling ook over de vrijgevallen reserve wordt berekend (12,7% van €40.000), terwijl je de volledige €40.000 mag aftrekken. Tegen het tarief van de eerste schijf (35,75%) scheelt dat €1.816.
2. Nadeel op de Zvw-bijdrage: −€1.694. De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet (4,85% in 2026) wordt berekend over je belastbare winst — en die lijfrentepremie mag je daar níét van aftrekken. De Hoge Raad heeft dat op 4 februari 2022 definitief bevestigd (ECLI:NL:HR:2022:43). Je bijdrage stijgt van €1.431 naar €3.125.
3. Nadeel op de arbeidskorting: −€1.708. De arbeidskorting wordt voor ondernemers berekend over de winst vóór ondernemersaftrek. Die springt van €35.000 naar €75.000, en daarmee kom je in de afbouwzone terecht: je korting daalt van €5.479 naar €3.771.
Netto resultaat: ongeveer €1.586 duurder in dat jaar.
Variant B: gespreid over vier jaar, €10.000 per jaar
| Zonder omzetting | Met € 10.000 omzetting | |
|---|---|---|
| Winst | € 35.000 | € 45.000 |
| Belastbare winst na aftrekposten | € 29.507 | € 38.237 |
| Inkomen box 1 na lijfrentepremie | € 29.507 | € 28.237 |
- Voordeel inkomstenbelasting: +€454
- Extra Zvw-bijdrage: −€423
- Arbeidskorting: +€195 — je blijft onder de omslagpunt van €45.592, waar de korting nog stijgt in plaats van daalt
Netto resultaat: ongeveer €226 voordeel per jaar, oftewel zo’n €900 over vier jaar.
Het verschil tussen beide varianten is dus ruim €2.400, terwijl je in beide gevallen exact dezelfde €40.000 omzet. Spreiden is bijna altijd beter, en de reden is simpel: je houdt je winst uit de hoge schijven, onder het maximum bijdrage-inkomen voor de Zvw (€79.409 in 2026) en uit de afbouwzone van de arbeidskorting.
Wil je zien wat een hogere winst in een bepaald jaar met je netto-inkomen doet? Gebruik onze netto inkomen calculator om verschillende scenario’s naast elkaar te zetten.
Veelgemaakte fouten
- “De FOR is afgeschaft, dus ik hoef niets meer te doen.” Je bestaande reserve blijft staan en blijft belast. Afschaffing gold alleen voor nieuwe opbouw.
- “Het geld staat toch op een aparte rekening.” Nee. De oudedagsreserve was altijd een balanspost, nooit een spaarpot. Als je het geld inmiddels hebt uitgegeven, staat er straks een belastingaanslag tegenover een leeg vermogen.
- “Omzetten in een lijfrente is fiscaal neutraal.” Voor de inkomstenbelasting bijna wel. Voor de Zvw-bijdrage en de arbeidskorting niet, zoals het rekenvoorbeeld hierboven laat zien.
- “Ik kan het niet omzetten, want mijn jaarruimte is te klein.” De omzetting van de oudedagsreserve is een aparte aftrekgrond en wordt níét begrensd door je jaarruimte.
- “Ik kan dit volgend jaar nog wel regelen.” Als je twee jaar op rij het urencriterium niet haalt of de AOW-leeftijd bereikt, en je reserve is hoger dan je ondernemingsvermogen, dan valt de reserve vrij zonder dat jij daar iets over te zeggen hebt.
Stappenplan: wat doe je nu concreet?
- Zoek het bedrag op. Kijk op je balans of in je laatste aangifte hoe hoog je oudedagsreserve is.
- Bepaal je ondernemingsvermogen. Is dat lager dan je reserve? Dan loop je risico op een gedwongen vrijval bij staking, AOW-leeftijd of twee jaar onder het urencriterium.
- Reken uit wat de belastingschuld is. Reken grofweg met 35% tot 45% van het saldo, afhankelijk van je winstniveau. Zie ook ons artikel over hoeveel belasting je moet reserveren als zzp’er.
- Kies een tempo. Heb je geld beschikbaar? Zet dan jaarlijks een bedrag om dat je winst niet in een hogere schijf duwt. Heb je het niet? Reserveer dan alvast voor de afrekening bij staking.
- Zet het in je planning. De premie moet betaald zijn vóór 1 juli van het jaar na het jaar waarin je de afname aangeeft.
- Leg het vast in je administratie. De afname van de reserve en de lijfrentepremie moeten allebei correct in je aangifte inkomstenbelasting terechtkomen.
En je pensioen dan?
Met het verdwijnen van de FOR blijft er één fiscaal vriendelijke route over voor pensioenopbouw als zzp’er: de lijfrente binnen je jaarruimte.
Voor 2026 geldt:
| Bedrag: | |
|---|---|
| Opbouwpercentage | 30% van de premiegrondslag |
| AOW-franchise | € 19.172 |
| Maximum jaarruimte | € 35.589 |
| Maximum reserveringsruimte | € 42.753 |
| Maximum premiegrondslag | € 137.800 |
De premiegrondslag is je inkomen minus de AOW-franchise. Anders dan bij de FOR stort je hier daadwerkelijk geld, staat het los van je onderneming en kun je er niet meer bij. Dat is precies de reden waarom de wetgever de FOR heeft vervangen door deze route. Het grote voordeel ten opzichte van de oudedagsreserve: je bouwt écht iets op. Het nadeel: het kost direct liquiditeit. Waar de FOR alleen een boeking was, moet je hier maandelijks of jaarlijks geld overmaken — en dat vraagt om een realistisch beeld van wat je overhoudt. Onze aftrekbare kosten checker en het artikel over aftrekbare kosten voor zzp’ers helpen je om eerst je winst goed in beeld te krijgen.
Kort samengevat
De oudedagsreserve is sinds 2023 niet meer op te bouwen, maar wat je vóór die tijd hebt opgebouwd blijft gewoon staan — inclusief de belastingschuld die eraan hangt. Er is geen deadline, maar er zijn wel momenten waarop de reserve zonder waarschuwing vrijvalt: bij staking, bij het bereiken van de AOW-leeftijd en na twee jaar onder het urencriterium, telkens als je reserve hoger is dan je ondernemingsvermogen. Omzetten in een lijfrente is de enige manier om er zelf de regie over te houden. Doe dat gespreid over meerdere jaren: dat scheelt in het rekenvoorbeeld hierboven ruim €2.400 ten opzichte van alles in één keer. Houd rekening met de Zvw-bijdrage en de arbeidskorting, want die twee maken de omzetting minder neutraal dan het op het eerste gezicht lijkt. Gaat het om een substantieel bedrag, dan is dit een van de weinige onderwerpen waarbij een uurtje bij een belastingadviseur zichzelf ruimschoots terugverdient. Kijk ook naar wat er verandert in de jaren hierna — in ons artikel over wat er in 2027 verandert voor zzp’ers zetten we de aangekondigde wijzigingen op een rij, en in zelfstandigenaftrek 2026 lees je hoe die aftrek verder wordt afgebouwd.