De Belastingdienst handhaaft actief op schijnzelfstandigheid — en dat heeft directe gevolgen voor zzp’ers die langdurig voor één opdrachtgever werken. Naheffingen met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 zijn mogelijk, en vanaf 2026 kunnen in ernstige gevallen ook vergrijpboetes worden opgelegd. In dit artikel lees je wat schijnzelfstandigheid precies is, hoe de Belastingdienst beoordeelt of jij risico loopt en wat je kunt doen om je positie als zelfstandige te onderbouwen.
Wat is schijnzelfstandigheid?
Van schijnzelfstandigheid is sprake wanneer je als zzp’er werkt maar de arbeidsrelatie in de praktijk de kenmerken heeft van een dienstverband. Niet het contract op papier is doorslaggevend — de manier waarop je feitelijk werkt bepaalt of je als zelfstandige of als werknemer wordt beschouwd. De kern zit in drie elementen: is er een gezagsverhouding waarbij de opdrachtgever bepaalt hoe, waar en wanneer je werkt? Verricht je de arbeid persoonlijk en ben je niet vrij om je te laten vervangen? En ontvang je een vaste vergoeding die lijkt op loon? Als deze drie elementen aanwezig zijn kan de Belastingdienst de samenwerking aanmerken als een arbeidsovereenkomst — ongeacht wat er in het contract staat. Een KVK-inschrijving biedt daarin geen bescherming. De Belastingdienst kijkt naar de feitelijke uitvoering van de werkzaamheden, niet naar de rechtsvorm.
De negen gezichtspunten uit het Deliveroo-arrest
De Belastingdienst beoordeelt schijnzelfstandigheid op basis van negen gezichtspunten die voortkomen uit het Deliveroo-arrest van de Hoge Raad van 24 maart 2023. Belangrijk is dat de Belastingdienst deze gezichtspunten in onderlinge samenhang bekijkt en dat niet één feit of omstandigheid beslissend is — dit heet de holistische toets. Er is geen rangorde of zwaarte van punten en de intentie van de partijen is niet relevant, het gaat om de feitelijke uitvoering.
De negen gezichtspunten zijn:
- De aard en duur van de werkzaamheden — structurele werkzaamheden die lijken op een vaste functie wijzen eerder op loondienst.
- De wijze waarop werktijden en werkzaamheden worden bepaald — bepaalt de opdrachtgever wanneer en hoe je werkt?
- De inbedding in de organisatie — werk je als een reguliere medewerker binnen het bedrijf, dan wijst dat op een dienstverband.
- De verplichting tot persoonlijke uitvoering — kun je je laten vervangen of moet je het werk zelf doen?
- De wijze waarop de overeenkomst tot stand is gekomen — is er ruimte voor onderhandeling of is het een standaardcontract?
- De wijze waarop de beloning wordt bepaald en uitbetaald — lijkt de vergoeding op een salaris of op een resultaatgebonden tarief?
- De hoogte van de beloning — een tarief dat nauwelijks afwijkt van een werknemersloon wijst op schijnzelfstandigheid.
- Het al dan niet lopen van ondernemersrisico — draag jij financieel risico als een opdracht misloopt?
- Of je ook voor andere opdrachtgevers werkt of kunt werken — exclusiviteit wijst op een dienstverband.
Hoe handhaaft de Belastingdienst in 2026?
De Belastingdienst handhaaft actief op schijnzelfstandigheid via bedrijfsbezoeken en boekenonderzoeken. Een bedrijfsbezoek is niet hetzelfde als een boekenonderzoek — bij een bedrijfsbezoek wordt gekeken naar de werkwijze en kan alleen een waarschuwing volgen. Voor naheffingen loonbelasting is een boekenonderzoek nodig. Wat betreft boetes: ook in 2026 worden geen verzuimboetes opgelegd. Dat is de gedeeltelijke verlenging van de zogeheten zachte landing die het kabinet heeft doorgevoerd na politieke druk. Vergrijpboetes zijn in 2026 wél mogelijk — maar uitsluitend bij aantoonbare opzet of grove schuld. Denk aan situaties waarbij waarschuwingen van de Belastingdienst bewust zijn genegeerd. De vergrijpboetes kunnen variëren van 25% tot 100% van de naheffing. Naheffingen loonbelasting zijn mogelijk met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025 — de periode daarvoor valt buiten het bereik van de huidige handhaving. Vanaf 2030 kan de Belastingdienst weer de volledige vijf jaar terugkijken. De Zelfstandigenwet is nog niet aangenomen en moet nog door de Tweede en Eerste Kamer. Tot die tijd blijft de bestaande wetgeving en jurisprudentie leidend bij de beoordeling van arbeidsrelaties.
Ben jij vatbaar voor schijnzelfstandigheid?
Je loopt risico als meerdere van de volgende situaties op jou van toepassing zijn:
- Je werkt langdurig en vrijwel uitsluitend voor één opdrachtgever
- Je volgt instructies op over hoe en wanneer je werkt
- Je bent niet vrij om het werk door iemand anders te laten uitvoeren
- Je werkt met materialen of systemen van de opdrachtgever
- Je tarief wijkt nauwelijks af van wat een werknemer in loondienst verdient
- Je werkt structureel binnen de organisatie van de opdrachtgever
Een KVK-inschrijving of een modelovereenkomst is op zichzelf geen garantie. De feitelijke invulling van de samenwerking telt zwaarder dan wat er op papier staat.
Wat kun je doen om je positie te onderbouwen?
Zorg dat je administratie aantoont dat je als echte ondernemer opereert. Concreet betekent dit: werk voor meerdere opdrachtgevers, draag financieel risico, stel je eigen tarieven en werktijden vast en leg schriftelijk vast dat je het recht hebt om je te laten vervangen. Houd ook je urenregistratie nauwkeurig bij. Dit helpt niet alleen bij het urencriterium voor de zelfstandigenaftrek maar toont ook aan hoe je je tijd verdeelt over verschillende opdrachtgevers — een belangrijk signaal van echte zelfstandigheid. Overweeg daarnaast een zogenoemd vooroverleg met de Belastingdienst als je twijfelt over je situatie. Via een vooroverleg kun je vooraf zekerheid krijgen over hoe de Belastingdienst jouw arbeidsrelatie beoordeelt — dat is beter dan achteraf geconfronteerd worden met een naheffing.
Gevolgen voor de opdrachtgever
Schijnzelfstandigheid heeft niet alleen gevolgen voor jou als zzp’er maar ook voor je opdrachtgever. Als de Belastingdienst een arbeidsrelatie aanmerkt als dienstverband, kan de opdrachtgever worden aangeslagen voor naheffingen loonbelasting en premies werknemersverzekeringen. Daarnaast lopen opdrachtgevers civielrechtelijke risico’s zoals claims op pensioenrechten, cao-rechten en minimumloon. Die risico’s bestaan los van de belastinghandhaving en zijn niet via de Belastingdienst maar via de rechter af te dwingen.
Wat verandert er in 2027?
Vanaf 2027 vervalt de zachte landing volledig en wordt de handhaving verder aangescherpt — inclusief verzuimboetes. De verwachting is dat de Zelfstandigenwet dan ook meer duidelijkheid geeft over wanneer iemand als zzp’er mag werken. Tot die tijd blijven de negen Deliveroo-criteria leidend.
Afronding
Schijnzelfstandigheid is in 2026 een reëel risico voor zzp’ers die langdurig voor één opdrachtgever werken. De Belastingdienst handhaaft actief, naheffingen over arbeidsrelaties vanaf 1 januari 2025 zijn mogelijk en vergrijpboetes kunnen worden opgelegd bij opzet of grove schuld. Toets je situatie aan de negen Deliveroo-criteria en zorg dat je administratie aantoont dat je als echte ondernemer opereert — meerdere opdrachtgevers, eigen tariefstelling, ondernemersrisico en een sluitende urenregistratie zijn daarin de sterkste bewijzen.