Als zzp’er hoor je regelmatig over de modelovereenkomst. Vroeger gold het als het belangrijkste instrument om schijnzelfstandigheid te voorkomen. In 2026 is de situatie veranderd — de Belastingdienst keurt geen nieuwe modelovereenkomsten meer goed en de focus ligt volledig op hoe je in de praktijk werkt. In dit artikel lees je wat een modelovereenkomst is, of je er nog gebruik van kunt maken en wat je in 2026 moet weten om risico’s te vermijden.
Wat is een modelovereenkomst?
Een modelovereenkomst is een contract tussen een zzp’er en een opdrachtgever waarin de arbeidsrelatie schriftelijk wordt vastgelegd. Het doel is aan te tonen dat de samenwerking een echte opdrachtrelatie is — en geen verkapt dienstverband. Tot september 2024 keurde de Belastingdienst modelovereenkomsten goed. Als je werkte volgens een goedgekeurde overeenkomst hoefde de opdrachtgever geen loonheffingen in te houden.
De Belastingdienst keurt geen nieuwe overeenkomsten meer goed
Sinds 6 september 2024 beoordeelt de Belastingdienst geen nieuwe modelovereenkomsten meer. Bestaande goedgekeurde modelovereenkomsten blijven nog geldig tot en met 31 december 2029 — ook als er een andere einddatum op staat — mits de feitelijke samenwerking aansluit bij wat er in de overeenkomst staat. Werk je nu al met een goedgekeurde modelovereenkomst? Dan mag je die blijven gebruiken tot eind 2029. Daarna vervalt de juridische waarde ervan.
Heeft een modelovereenkomst nog zin in 2026?
Beperkt. De Belastingdienst en rechters kijken bij de beoordeling van schijnzelfstandigheid altijd primair naar hoe de samenwerking in de praktijk verloopt — niet naar wat er op papier staat. Een perfect opgestelde overeenkomst biedt geen garantie als de praktijk afwijkt van de afspraken. Dat wil niet zeggen dat een schriftelijk contract zinloos is. Een overeenkomst van opdracht — ook zonder goedkeuring van de Belastingdienst — helpt om afspraken duidelijk vast te leggen en misverstanden te voorkomen. Daarin leg je op maat vast dat sprake is van zelfstandig ondernemerschap door te beschrijven dat er geen gezagsverhouding is, dat je het werk kunt laten uitvoeren door een vervanger en dat je als zelfstandige ondernemersrisico loopt.
Wat telt écht in 2026?
De Belastingdienst beoordeelt arbeidsrelaties op basis van de feitelijke situatie. Belangrijke signalen die op een dienstverband wijzen: Je werkt langdurig en vrijwel uitsluitend voor één opdrachtgever. Je volgt instructies op over hoe, waar en wanneer je werkt. Je bent niet vrij om je te laten vervangen door een ander. Je werkt structureel met materialen en systemen van de opdrachtgever. Je tarief wijkt nauwelijks af van wat een werknemer in loondienst verdient. Meer over hoe de Belastingdienst schijnzelfstandigheid beoordeelt lees je in ons artikel over schijnzelfstandigheid voor zzp’ers.
Het rechtsvermoeden bij een laag uurtarief
De Tweede Kamer heeft op 21 april 2026 een rechtsvermoeden van werknemerschap aangenomen voor zzp’ers met een uurtarief onder €38. Dat betekent dat als een zzp’er met een tarief onder €38 per uur claimt dat er sprake is van een arbeidsovereenkomst, de bewijslast verschuift naar de opdrachtgever. Die moet dan aantonen dat de zzp’er echt zelfstandig werkt. Dit rechtsvermoeden geldt alleen in de civielrechtelijke relatie — niet voor de fiscale beoordeling door de Belastingdienst.
Praktische tips voor zzp’ers in 2026
Leg elke opdracht vast in een schriftelijke overeenkomst van opdracht — ook zonder goedkeuring van de Belastingdienst. Omschrijf daarin concreet het resultaat van de opdracht, de begin- en einddatum en dat je vrij bent om je te laten vervangen. Zorg dat de praktijk aansluit bij de papieren afspraken. Als je overeenkomst vervanging toestaat maar je je nooit laat vervangen verliest die clausule zijn waarde. Werk voor meerdere opdrachtgevers. Exclusiviteit voor één opdrachtgever is een van de sterkste indicatoren van schijnzelfstandigheid. Bewaar bewijzen van je zelfstandigheid — eigen werkmateriaal, eigen werkplek, eigen planning. Die documentatie is waardevol als de Belastingdienst vragen stelt.
Handhaving in 2026 — wat kan er gebeuren?
Vanaf 1 januari 2026 kan de Belastingdienst vergrijpboetes opleggen bij opzet of grove schuld. Bij een boekenonderzoek waarbij schijnzelfstandigheid wordt vastgesteld volgen naheffingen loonheffingen — met terugwerkende kracht tot 1 januari 2025. Verzuimboetes volgen naar verwachting pas vanaf 1 januari 2027. Zorg dat je administratie op orde is en dat je kunt aantonen dat je als echte zelfstandige opereert.
Afronding
Een modelovereenkomst biedt in 2026 beperkte bescherming — de praktijk telt zwaarder dan papier. Nieuwe modelovereenkomsten worden niet meer goedgekeurd door de Belastingdienst. Bestaande goedgekeurde overeenkomsten zijn nog geldig tot eind 2029. Leg afspraken altijd schriftelijk vast in een overeenkomst van opdracht en zorg dat je in de praktijk als echte zelfstandige opereert. Dat is de beste bescherming tegen naheffingen en boetes.